Eenzaamheid is geen schande

foto: Milynn Koene (li) en Tineke Fokkema (re)
Onlangs verscheen een nieuwe studie binnen het PROMISE-project. Daarin werd onderzocht of mensen verschillen in de mate waarin zij toegeven dat ze eenzaam zijn. De meeste verwachtingen voor bepaalde categorieën vanuit de literatuur werden bevestigd, maar verschillen tussen oudere migranten en niet-migranten zijn minder eenduidig, zo maken Milynn Koene en Tineke Fokkema, onderzoekers bij het NIDI, duidelijk.
In september 2024 is het project Prominent Reduction of loneliness among Older Migrants through Interventions and Social Engagement (PROMISE) gestart. Dit project heeft als doel om meer inzicht te krijgen in het taboe op eenzaamheid en de verschillende vormen en oorzaken van eenzaamheid bij oudere migranten uit niet-Europese landen. Door diverse onderzoeken wordt nieuwe kennis opgedaan die omgezet kan worden in praktische instrumenten en het aanpassen van interventies. Die worden vervolgens getoetst op hun effectiviteit. Deze instrumenten en interventies kunnen helpen om meer eenzame oudere migranten te bereiken en hun eenzaamheid beter aan te pakken.
Verwachtingen
Het nieuwe onderzoek maakte gebruik van surveygegevens over eenzaamheid onder Turkse, Marokkaanse en Nederlandse ouderen tussen 55 en 66 jaar. Eenzaamheid komt heel veel voor, zeker bij ouderen. Bij Welzijn op Recept is het een belangrijke reden voor doorverwijzing. Maar is wel altijd helder wie eenzaam is? Of anders gezegd: geven mensen die zich eenzaam voelen dat wel aan? Of is er sprake van onderrapportage? Op basis van eerdere literatuur werd ervan uitgegaan dat mensen die minder passen bij het stereotype beeld van een eenzame persoon, hun eenzaamheid minder snel aangeven. Fokkema, tevens bijzonder hoogleraar Ageing, Families and Migration aan de Erasmus Universiteit Rotterdam: “We verwachtten daarom dat mannen, mensen met een goede gezondheid, mensen met een partner en mensen met een migratieachtergrond minder vaak toegeven eenzaam te zijn dan vrouwen, mensen met een slechte gezondheid, alleenstaanden en niet-migranten, bij gelijke mate van eenzaamheid.”
Directe en indirecte meetmethode
Om deze hypotheses te testen werden twee typen meetinstrumenten gebruikt. PhD Koene: “Bij beiden gaat het om een persoonlijk vraaggesprek, maar bij de directe methode wordt het woord eenzaamheid expliciet genoemd. De indirecte meetmethode gaat uit van stellingen die verschijningsvormen van eenzaamheid weergeven zonder het woord zelf te gebruiken.”
Resultaten
De onderzoeksresultaten bevestigden de verwachting grotendeels. Mannen, mensen met een goede gezondheid en mensen met een partner gaven minder vaak aan eenzaam te zijn, wanneer hier direct naar werd gevraagd, ook wanneer zij volgens de indirecte meting even eenzaam waren als vrouwen, mensen met een slechte gezondheid en alleenstaanden. De stereotypen van de categorieën die vanuit eerdere onderzoeken tot de verwachtingen bij de onderzoekers hadden geleid, bleken dus te ‘kloppen’. Mensen met een goede gezondheid zijn stereotiep sterker, minder afhankelijk en ervaren geen barrières door ziekte om sociale contacten te onderhouden en deel te nemen aan sociale contacten. Vanuit dit beeld zouden zij ‘dus’ gelukkiger zijn en minder risico lopen op eenzaamheid. Van mensen met een partner wordt verwacht dat ze iemand hebben om op terug te vallen, voor emotionele en sociale steun, gezelschap en intimiteit.
Mannen gelden als mentaal sterk en meer onafhankelijk, terwijl vrouwen eerder als sociaal, emotioneel en familie-gericht worden gezien. Sowieso lijken mannen minder geneigd hun kwetsbaarheid te tonen. Dat wordt immers niet van hen verwacht: ‘mannen huilen niet’, is het beeld. De veronderstelling is dan ook dat zij eenzaamheid minder toegeven dan vrouwen.
Culturele eenzaamheid
Ook migranten gaven, naar verwachting, minder vaak toe eenzaam te zijn dan niet-migranten. Zij zijn tientallen jaren geleden vanuit Turkije en Marokko naar Nederland gekomen voor werk en een betere toekomst. Volgens het stereotype beeld hebben zij een sterk sociaal netwerk vanuit hun Islamitisch geloof en de intensieve familiebanden.
Maar het verschil wat betreft het erkennen van eenzaamheid was alleen zichtbaar tussen migranten en niet-migranten bij wie sprake was van sterke eenzaamheid volgens de indirecte meting.
Migranten die volgens de indirecte meting niet of weinig eenzaam waren, gaven vaker aan zich eenzaam te voelen dan niet-migranten met een vergelijkbaar eenzaamheidsniveau. Koene: “Mogelijk gaat het hier om culturele eenzaamheid, om het missen van een vertrouwde culturele omgeving en eigen taal. Dit biedt een waardevolle aanvulling op ons begrip van eenzaamheid, doordat het erop wijst dat migranten ook andere vormen van eenzaamheid ervaren.”
Conclusie
De onderzoekers roepen professionals en vrijwilligers, die betrokken zijn bij de aanpak van eenzaamheid op zich bewust te zijn van de stereotype verwachtingen. Die zijn sterk en kunnen leiden tot onderrapportage van eenzaamheid onder bepaalde groepen. Fokkema: “Ga niet alleen af op wat iemand direct over eenzaamheid zegt, heb ook aandacht voor indirecte signalen. Doorbreek de stereotypen. Dat geldt ook voor de landelijke campagne. Laat zien: ik mag toegeven dat ik me eenzaam voel!”
Voor meer informatie over de uitdagingen van samenwerken, download het ebook Welzijn op Recept, de uitdaging van samenwerking tussen zorg en welzijn
Voor meer succesverhalen download het boekje Pareltjes van Welzijn op Recept
Benieuwd naar meer kennis en ervaring uit de dagelijkse praktijk van Welzijn op Recept, volg ons dan op LinkedIn